Henk Joosen

Dup vangt een staart

Maak kennis met Dup Doeve

Dup vangt een staartDup mag alleen thuis blijven. Dat kan hij best. Hij zal heus niet in zeven sloten tegelijk lopen. Maar door zijn nieuwsgierigheid wordt Dup al snel naar buiten gelokt. En zie dan maar weer eens binnen te komen. De flat lijkt wel een onneembare vesting. Als het dan eindelijk toch lukt, ontdekt Dup tot overmaat van ramp ook nog dat er een vreemde man in zijn huis is...

 

Illustraties: Milja Praagman

Uitgeverij: De Eenhoorn

 

Lees hieronder alvast een hoofdstuk uit het boek.


6 Een viesgele broek

Juist als Dup opnieuw op een knopje wil drukken, hoort hij sleutels in een slot gaan.
De deur van de berging. Natuurlijk, dat is het! Als hij snel genoeg is, kan hij zo binnenkomen. Rennen!
Dup stuift de hoek om en wil hard roepen, maar plotseling is het alsof een grote hand zijn mond dichtknijpt. Hij ziet het achterwiel van een fiets het gebouw in verdwijnen. De fiets van een man met een viesgele broek.
Hij kent die broek. Er is maar één man op de hele wereld die zo’n broek draagt: de flatgek. De flatgek woont op dezelfde verdieping als Dup. Wanneer hij iemand langs ziet lopen, bonkt hij altijd keihard op de ruiten. Om je dood te schrikken. Of hij zwaait de deur vlak voor je neus open en gilt met gebalde vuisten onverstaanbare woorden.
Dup is als de dood voor de flatgek. Maar nu moet hij flink zijn. Zo snel mogelijk loopt hij op zijn tenen langs de muur naar de deur toe. Vlak voor zijn neus ziet hij de grote schoenen van de flatgek naar binnen sloffen. Dup durft geen adem te halen. De deur kraakt en knalt tegen het spatbord.
‘Grwoh!’ gromt de man. Hij loopt de schemerige gang in.
Lenig als een kat springt Dup opzij. Snel houdt hij de deur tegen. Net voordat hij in het slot kan vallen. Even blijft hij wachten. Binnen knalt een deur dicht. Holle voetstappen verdwijnen. Dan hoort hij niets meer.
Voorzichtig trekt Dup de deur open. Binnen is het schemerig. De tl-buizen geven nauwelijks licht door stof en spinnenwebben. Dikke verwarmingsbuizen aan het plafond zoemen en tikken geheimzinnig.
Voor Dup ligt de lange gang met wel meer dan dertig schuurtjes. Links en rechts komen er griezelige zijgangetjes op uit. Je kunt onmogelijk zien of er iemand om het hoekje staat. Dup mag hier van zijn moeder nooit alleen komen, maar nu moet hij wel. Hij moet naar huis!
‘Niet bang zijn,’ zegt hij tegen zichzelf. ‘Of het nu donker is of licht. Het blijft precies hetzelfde.’
Krakend slaat de deur dicht. Nu is Dup helemaal alleen. Tenminste, dat hoopt hij. Met snelle passen loopt hij vlak langs de muur. Zo krijgt hij af en toe wel een spinnenweb tegen zijn gezicht. Maar daar is hij niet bang van.
Zo ver mogelijk bij de deuren vandaan blijven, denkt Dup. Bij elk zijgangetje even blijven wachten. Dan goed luisteren en snel doorlopen.
Het gaat vlot. Hij is al op de helft.
‘Nog even volhouden, Dup,’ fluistert hij. ‘Eventjes nog.’
Aan het eind van de gang, stopt hij plotseling. Hoort hij dat wel goed? Het zweet breekt hem uit.
Traag beweegt de klink van de deur naar de hal.
Stijf van schrik drukt Dup zich met zijn rug tegen de muur aan. De deur gaat langzaam open. Dup kan geen kant op...


Dup vangt een staart

Bestel het boek:

ISBN: 9789058386540

FacebookLinkedIn